Ouders zijn mijn bondgenoot

Blog
04-06-2024
Ouders zijn mijn bondgenoot

Het was in mijn eerste jaar op deze school - ik was nog een piepjong docentje - en zat in de personeelskantine toen een collega een telefoontje voor mij aannam. Toen ik deze van hem overnam kon ik mijn naam nog niet eens volledig noemen of er begon iemand aan de andere kant van de lijn tegen me te schreeuwen. Ik kon er geen speld tussen krijgen en hield de telefoon op een afstandje om het getetter niet rechtstreeks mijn hersenpan binnen te laten. Ik was in die tijd mentor van een klas niveau 2 studenten en één van de moeders hing aan de lijn. Volledig over de rooie, tot bedreigingen aan toe. Het kwam erop neer dat ik, in haar ogen, ongeveer alles fout had gedaan wat ik maar fout had kunnen doen rondom haar dochter.

Vanaf dat moment ontstond bij mij enige spanning rondom contact met ouders. “Als ze maar niet weer iets aan te merken hebben”, dacht ik dan al ver voor een gesprek. Ik was een jonge docent en verzoop bijna in alle ballen die ik hoog had te houden. Ik leerde net de school een beetje kennen, stond nog niet stevig in mijn schoenen, maar voelde wel een enorme verantwoordelijkheid. Kritiek van ouders was wel het laatste wat ik kon gebruiken. Natuurlijk ging er weleens wat mis en als mentor ben je dan het eerste aanspreekpunt. Ook als je de fouten niet zelf hebt gemaakt, moet je het verhaal aanhoren en als spreekbuis voor de school kritiek kunnen incasseren.

Boekentip
Inmiddels zijn we tien jaar verder (aiaiai, waar blijft de tijd!) en weet ik beter waar mijn verantwoordelijkheden liggen en waar ze ophouden. Ik heb in deze jaren geleerd dat ouders en docenten in feite hetzelfde doel hebben; namelijk de student op de best mogelijke manier verder helpen naar volwassenheid en diploma. Ook weet ik nu dat ouders niet alleen maar op gesprek komen om hun beklag te doen. Ze komen ook uit interesse in hun kind en de school, of omdat ze bezorgd zijn, of omdat ik ze zelf heb uitgenodigd. Ik zie ze nu vaker als bondgenoot, zelf als noodzakelijk partij voor het doel waaraan we werken. Een boekentip die ik kreeg en mij erg geholpen heeft is ‘Ouderbetrokkenheid 3.0’ van Peter de Vries.

Reageren vanuit emotie
Hij beschrijft ‘het geheim achter elke ouder’ en stelt: “Lastige ouders bestaan niet, alleen ouders die het moeilijk hebben”. Deze ene zin was voor mij een enorme eyeopener en de reden dat ik de moeder uit bovenstaande anekdote opeens kon begrijpen. De Vries benoemt dat ouders in de ogen van docenten soms lastig lijken, maar het in werkelijkheid moeilijk hebben. En dat docenten zich soms lastig voor kunnen stellen dat ouders in zo’n situatie irrationeel kunnen reageren, terwijl ze enorm worstelen met de dingen waar hun kind tegenaan loopt. Ouders krijgen daarbij door de jaren heen ook te maken met veel verschillende scholen en mensen, met daarbij allerlei verschillende reacties op hun kind. Zelfs als we als docent dénken dat we hierin professioneel communiceren, laten we vaak toch een bepaalde mening doorsijpelen zonder dat we het doorhebben, met name in de non-verbale communicatie.

“Wanneer een kind problemen ervaart en daarbij de verwachtingen van ouders niet uitkomen, raken ze teleurgesteld”, zo verklaart de Vries. Teleurgesteld in hun kind, in de school, in zichzelf of de docenten. Het proces wat dan op gang komt is vergelijkbaar met een rouwproces. De Vries noemt het een acceptatieproces, waarbij ouders de verschillende fasen doorlopen: Ontkenning - Boosheid - Marchanderen - Verdriet - Acceptatie. Je kunt je voorstellen dat er dus soms wat tijd nodig is voordat ouders bij de fase van acceptatie zijn aangekomen, voor iets waarvan docenten al lang de logica inzien of vinden dat er knopen over doorgehakt moeten worden.

Misvattingen
Op vaste momenten in het jaar staan ze bij ons op school in de planning; ouderavonden. Binnenkort komt de volgende avond er weer aan. In het begin keek ik daar dus als een berg tegenop, nu kijk ik er soms zelfs naar uit en ben ik zelfs een beetje teleurgesteld wanneer ik ouders een half jaar, of soms zelfs jaren, niet te spreken krijg. Op het MBO is het zo dat studenten op een gegeven moment de leeftijd van 18 hebben bereikt en ouders (wettelijk, en in de ogen van het kind) steeds minder te zeggen hebben over ze. Toch is het een misvatting dat ouders op het MBO geen rol meer spelen.

De Vries stelt nog 10 misvattingen over ouderbetrokkenheid, waaronder:

  • Ouderbetrokkenheid ontstaat wanneer we docenten scholen in communicatie.
  • Ouderbetrokkenheid is goed, want we hebben een ouderraad en medezeggenschapsraad.
  • Natuurlijk zijn ouders belangrijk, maar we gaan eerst investeren in de kwaliteit van de opleiding en school.
  • We horen nauwelijks klachten, dus het loopt goed met onze ouders.
  • Bij ons zijn ouders zó assertief dat we ze liever wat meer buiten de school houden.
  • Het gaat eerst om de leerling, daarna pas komen de ouders.

Hetzelfde doel
Ik kan zowel docenten als schoolleiders aanraden dit boek te gaan lezen en te ontdekken waarom dit misvattingen zijn. In feite willen we namelijk allemaal het zelfde, en toch beschouwen we ‘ouders’, ‘school’ en ‘de student’ als verschillende kampen. Iedere ouder heeft zijn/haar eigen verhaal en ervaring. Het is belangrijk om daarnaar te blijven luisteren en begrip voor elkaar te houden en het samen te doen. Want het kind (18 of niet) heeft dat nodig. En dat is uiteindelijk waar we een gezamenlijk doel vinden.

Over Marije

Ik ben Marije Soontiëns, met een grote voorliefde voor dieren en werkzaam als docent Paraveterinair bij Terra MBO Meppel. Hier stoom ik dierenartsassistenten in de dop klaar voor het werk in de dierenkliniek. Voordat ik mbo-docent werd, heb ik een aantal jaren gewerkt als paraveterinair. Een mooi vak, waar ik nog steeds graag mee bezig ben vanuit mijn klaslokaal. Naast dieren hou ik van creëren en iets nieuws uitproberen. Ik schrijf blogs voor De Groene Wereld over onderwerpen die mij als docent bezighouden.