Meer uit Terralis halen? Zo doe je dat!
Interview
Je hebt toegang tot Terralis. Maar benut je het ook optimaal? Of val je als mbo-docent in Agro en Groen, Grond en Groene Infra (GGGI) toch terug op je eigen materiaal? Dat zou zonde zijn: de Terralis-modules kunnen juist tijd besparen én structuur geven, zonder dat je je eigen stijl hoeft los te laten. Mbo-docent en medeauteur Bertus Boer laat zien hoe hij ze toepast.
Veertien studenten kijken naar hem. Een kleine, diverse groep: van BOL tot BBL en van niveau 2 tot en met niveau 4. Bertus start met een korte inleiding op het lesthema, aangevuld met herkenbare landbouwvoorbeelden uit de regio. Daarna gaan de laptops open. Studenten werken zelfstandig met Terralis, volgens een route die zij vooraf met hem bespraken. Bertus loopt rond, kijkt mee, stelt vragen en geeft waar nodig extra uitleg.
De inhoud: praktijkgericht en prikkelend
De Terralis-modules behandelen alle thema’s die centraal staan in de kwalificatiedossiers voor Agro en GGGI. Denk aan bodemkwaliteit, biodiversiteit, droogte, chemische middelen en landbouwsystemen – van gangbaar tot biologisch. De modules zijn breed inzetbaar: van akkerbouw en glastuinbouw tot boomteelt, GGI en teelttechnologie. Dezelfde bodem- of kringloopmodule kan bijvoorbeeld in verschillende contexten gebruikt worden.
“Studenten doen niet alleen kennis op”, zegt Bertus. “Ze leren ook kritisch nadenken. Ze horen diverse visies van boeren, bespreken die met elkaar en spiegelen ze aan hun stage-ervaringen.” Praktijkopdrachten maken de theorie extra concreet. Studenten vergelijken bijvoorbeeld bandentypes of brengen op hun stagebedrijf kringlooponderdelen in kaart. Zo koppelen ze algemene kennis direct aan hun eigen praktijk. “Daardoor blijft het beter hangen.”
De vorm: overzichtelijk en afwisselend
“Goed onderwijs sluit aan op de student”, zegt Bertus, die veel Terralis-modules samen met collega Robert Soesman schreef of herschreef. “Daarom bevatten ze korte filmpjes van mensen uit het werkveld en bestaan ze uit overzichtelijke tegels: korte tekstblokken met duidelijke kopjes en praktijkbeelden.”
De vragen zijn gevarieerd. “Multiplechoice- en korte open vragen toetsen basiskennis. Daarna volgen vragen die discussie uitlokken: wat vind jij hiervan, wat betekent het voor jouw stagebedrijf? Die combinatie werkt. Zeker omdat lesonderwerpen actueel blijven.” Modules worden geregeld aangepast op basis van nieuwe inzichten en feedback van docenten. Dat kan snel, omdat Terralis grotendeels digitaal is.
De start: laagdrempelig en interactief
Wie met Terralis wil beginnen, kan klein starten. “Kies één module voor je volgende lesblok. Geef een korte introductie, laat studenten zelfstandig werken en neem daarna ruimte voor een nabespreking. Juist in dat gesprek ontstaat veel leerwinst.”
Hoe zelfstandig werken eruitziet? “Bijvoorbeeld dat studenten een bodemprofiel maken. Ze boren dan tot een meter diep en beschrijven per 20 centimeter kleur, structuur en organische stof. Daarna koppelen ze hun bevindingen aan vragen over insporing en bandentypes. Wat betekent bandkeuze voor bodemverdichting en opbrengst?”
Een ander voorbeeld: studenten video’s laten bekijken van een biologische en een gangbare boer. “En dan bespreken hoe elk landbouwtype biodiversiteit en rendement beïnvloedt.” Zulke gesprekken kun je met verschillende mbo-niveaus samen voeren – een goede voorbereiding voor later op de werkvloer.
De differentiatie: modulair en aanpasbaar
Terralis kent geen vaste modulevolgorde. Elke module staat op zichzelf en is los inzetbaar. “Je bepaalt zelf welke je gebruikt en hoe je ze combineert. Ook binnen een module kun je onderdelen overslaan of uitlichten.”
Dezelfde inhoud zet je per niveau anders in. Opdrachten zijn beschikbaar in Word, zodat je ze eenvoudig aanpast aan taalniveau, denkniveau en context. “Voor niveau 4 kun je bijvoorbeeld een extra verdiepende analyse-opdracht creëren. En voor niveau 2 meer stappenhulp.”
De overstap: verdiepend en sturend
Veel docenten hebben al toegang tot Terralis, maar gebruiken het nog niet. “Je moet er even in duiken – en wat controle durven loslaten. De rol van de docent verschuift. Studenten werken vaker zelfstandig of in groepjes, terwijl jij rondloopt, vragen stelt en bijstuurt. Je zendt minder, begeleidt meer. Dat voelt anders, maar je verliest geen regie. Je stuurt juist gerichter op verdieping en toepassing.”
Sommige docenten denken dat er dan geen ruimte meer is voor eigen inbreng. Anderen verwachten volledig kant-en-klaar materiaal. “Geen van beide klopt”, zegt Bertus. “Terralis geeft je lessen structuur en het grootste deel van de inhoud. Dat scheelt tijd. De inkleuring blijft van jou.” Zelf gebruikt hij de modules voor ongeveer zeventig procent van zijn lessen. “Terralis helpt me de grote lijnen neer te zetten. Daarna maak ik het passend voor mijn regio, mijn klas en mijn individuele studenten – met eigen voorbeelden en ontwikkelingen uit de regio.”
De modules vervangen de docent dus niet. “Ze bieden een stevige basis. Wat jij ermee doet, maakt het verschil.”